Woordenhaai

De spelling zoals die bij Braams&partners wordt getraind, is volledig vergelijkbaar aan de opbouw van de methodiek 'Systematisch opbouw' in het softwareprogramma Woordenhaai. Kinderen kunnen hun huiswerk bij onze behandeling dus thuis en op school uitstekend oefenen met Woordenhaai.

zie www.woordenhaai.nl


Opzoekboekje spelling

Braams&Partners heeft opzoekboekjes voor het rekenen en voor de spelling ontwikkeld. Ook deze sluiten uiteraard exact aan op onze spellingbehandeling.

zie www.opzoekboekje.nl


De Nederlandse spelling  

                       

(c) Tom Braams, Deventer

 

Het Nederlandse spellingsysteem is gebaseerd op de fonologische structuur van geïsoleerde woorden. De spellingregels werken op de laatste klank van een syllabe, volgens een algoritmisch principe: als laatste klank = klanksoort X dan spellingregel Y.

 

De klanksoorten zijn:                                  de klanken zijn:

Korte klank:

a e o u i

Lange klank:

aa ee oo uu

Tweeteken klank:

ei au ng uw oe ie  etc.

Drieteken klank:

aai ooi oei auw ouw

Vierteken klank:

ieuw eeuw

Medeklinkers:

b d f   etc.

 

Let op: wij noemen voor het gemak ook de /ng/, /nk/, /ooi/, /eeuw/ etc. een ‘klank’.

 

Een syllabe is niet hetzelfde als een lettergreep: de lettergreep heeft met het afbreken van woorden te maken (bak-ker), de syllabe heeft met de klankstructuur te maken. Je hoort niet /bakker/ maar /ba-kker/. Het splitsten in syllaben sluit goed aan bij intuïties: als je een woord zingt of schreeuwt, hoor je de syllaben. Eén uitzondering: de afspraak is dat er niet midden in een klank gesplitst mag worden, dus bij 'leeuwen' niet /lee -wen/ maar /leeuw -en/ en bij 'denken' niet /deng -ken/ maar /denk -en/ .

 

Hiernaast wordt er gebruik gemaakt van de morfeemstructuur van Nederlandse woorden. Morfemen worden onderscheiden in 'stammorfemen' (de woordstam, bijv. loop) en 'gebonden morfemen' (dit zijn niet zelfstandig voorkomende woorddelen zoals voorvoegsels en achtervoegsels, zoals /ver-/, /be-/, /-ig/ en /-lijk/ en verbuigings- en vervoegingsvormen zoals /-end/ en /-erd/. Daarnaast worden er in ons spellingsysteem ook enkele schijnmorfemen toegevoegd zoals /-el/ bij 'lepel' en /-en/ bij molen. Een makkelijker afspraak is dat het klanken betreft waar een stomme klank in zit. Bijv. /-e/ bij 'dikke' en /-el/ bij 'lepel'.

 

Stomme klanken:

-e -el -en -er -em

Morfemen:         

 ver- ge- be- te-  -ig -lijk -end -erd

 

De regels die wij aanleren zijn de volgende:

 

1. als laatste klank =            korte klank dan verdubbeling medeklinker
2. als laatste klank =            lange klank dan verenkeling klinker
3. als laatste klank    =            /t/ of /p/ dan verlengingsregel
4. als laatste klank   =            /au/ of /g/ of /ng/ dan ook verlengingsregel
5. als laatste klank =            stomme klank dan geen regel
  =            morfeem dan geen regel
  =            andere klank soort dan geen regel

   

De eerste drie regels werken op de fonologische vorm van de syllabe, de regels 4 en 5 (in geval van morfemen) betrekken ook de morfeemstructuur van het woord er bij.

 

Opzet van de remediatie van Braams&Partners

Er wordt gewerkt volgens het principe van de Russische leerpsychologie (Gal'perin): eerst volledig oriënteren, daarna stapsgewijs verkorten tot je een sterk verkorte, geabstraheerde vorm overhoudt die snel (geautomatiseerd) kan worden toegepast. Onze manier van werken lijkt daarmee het meest op de methode 'Letterstad' van Kooreman. Echter: in onze behandeling wordt er flexibeler en genuanceerder aangesloten bij het niveau en de specifieke problemen van de cliënt.

In alle gevallen wordt er begonnen bij het begin. Afhankelijk van de leeftijd en het niveau van het kind wordt het programma gedeeltelijk of geheel doorlopen. Bij een kind in groep 5 wordt geen werkwoordspelling gedaan, bij een vrij zwakke vmbo-er wordt niet veel tijd besteed aan leenwoorden.

Er wordt een voortgangsonderzoek gedaan na elke drie maanden behandeling. Voorafgaand aan de behandeling is de 'baseline' bepaald tijdens het diagnostisch onderzoek. Met de voortgangsonderzoekjes kan objectief worden geëvalueerd hoe de behandeling verloopt en hoe groot de achterstand nog is ten opzichte van de klas.

 

Bij de behandeling wordt o.a. gebruik gemaakt van door Braams&Partner ontwikkelde lesmaterialen: het softwareprogramma Woordenhaai en het opzoekboekje spelling (zie linker kolom). Hiermee kan ook op school en thuis gewerkt worden.


Behandelfases

  • Begonnen wordt met het leren van de klanksoorten en het verklanken van klankzuivere woorden van één syllabe. Hierbij wordt ook een codering van de klanksoorten aangeleerd, waarbij elke klanksoort een eigen symbool heeft.
  • Nu worden de begrippen 'klankvoet' en 'klankteen' geïntroduceerd. Regels werken in principe slechts op de klank in de klankteen. Vervolgens worden alle regels en problemen behandeld van woorden van één syllabe (klankverkleuring ril, verlengingsregel, tekendief). Voor /ei-ij/ en /au-ou/ worden gedichtjes getraind. Nadat de spellingproblemen op woordniveau redelijk beheerst worden, worden ze op zinsniveau geoefend. Afgesloten wordt met samengestelde woorden van twee keer één syllabe: /zak-doek/.
  • De derde fase is het leren splitsen in syllaben. Dit wordt uitgevoerd met woorden van twee syllaben. Hiermee worden dan de regels lekendief en 'dubbelzetter' geoefend (wij gebruiken hiervoor de Kooreman-termen, omdat die redelijk dicht aansluiten bij de spellingsactie die moet worden ondernomen. Daarna worden veelvoorkomende gebonden morfemen behandeld (voor- en achtervoegsels). Als e.e.a. redelijk beheerst wordt, wordt het ook op zinsniveau geoefend.
  • In de volgende fase wordt het geleerde toegepast op langere woorden (drie en meer syllaben) en worden allerlei bijzondere gevallen en 'kleine regeltjes' (bijvoorbeeld wanneer je de /ie/ als /i/ schrijft) behandeld, op woord- en daarna op zinsniveau.
  • Fase vijf is de werkwoordspelling. Bij de tegenwoordige tijd werken we met stam (ik-vorm) plus de analogie met het werkwoord <lopen>. De verleden tijd met 'klankveranderende' en 'niet klankveranderende' werkwoorden, bij de laatste vervolgens met 'ik-vorm' plus /-te(n)/ of /de(n)/. Het voltooid deelwoord is erg makkelijk: deelwoorden die op een /t/ klank eindigen gewoon verlengen.
  • De laatste fase betreft de spelling van moeilijke woorden en leenwoorden. Hier leren we geen systematiek, vanwege het ontbreken hiervan, maar trainen we gewoon categorie voor categorie. Dus bijv. woorden die eindigen op /-isch/, met een /c/, met een /eau/.