Citotoetsen

Lees hier meer over de regels bij Citotoetsen.

 

 

Examens doen met dyslexie of dyscalculie

Tom Braams  (versie oktober 2011)                          

Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend. Wijzigingen van regels kunnen zich altijd voordoen.

Eindexamenbesluit

In het Eindexamenbesluit zijn de volgende bepalingen opgenomen:

Artikel 55. Afwijking wijze van examineren

1. De directeur kan toestaan dat een gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. In dat geval bepaalt de directeur de wijze waarop het examen zal worden afgelegd. Hij doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de inspectie.

2. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aangepaste wijze van examineren dat:

a. er een deskundigenverklaring is die door een ter zake deskundige psycholoog of orthopedagoog is opgesteld,

b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten, en

c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de onder a genoemde deskundigenverklaring ten aanzien van betrokkene een voorstel wordt gedaan dan wel indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring.

 

Mededelingen over de eindexamens 2012 voor vwo, havo, vmbo en vavo (Septembermededeling)

kenmerk: CvE-11.02078
datum: 13 september 2011
gepubliceerd: DUO-CFI online 13 september 2011 

I.3.2 kandidaten met een leesbeperking (dyslexie)

De levering ten behoeve van kandidaten met een leesbeperking wijkt in 2012 niet af van die in voorgaande jaren. Hieronder wordt dit nader uitgewerkt. Naar aanleiding van vragen in 2010 wordt ten aanzien van de Daisy nogmaals extra de aandacht gevestigd op het volgende: De kandidaat heeft op grond van zijn beperking recht op audio (= voorlezen). De school dient het voorlezen zelf te regelen door een individuele voorleeshulp in te zetten. Alleen voor het eerste tijdvak wordt als service aan de school deze individuele voorleeshulp als Daisy geleverd. Bij de grote aantallen kandidaten in het eerste tijdvak immers is het organiseren van individuele voorleeshulpen voor de school organisatorisch heel moeilijk.

  • Voor kandidaten die o.g.v. het deskundigenrapport recht hebben op auditieve ondersteuning, is op bestelling een Daisy-CD met ingesproken tekst beschikbaar, of een pdf (tekstbestand) voor audio middels spraaksynthese (kunstmatige stem). De Daisy is beschikbaar voor het eerste tijdvak. Als een kandidaat recht heeft op auditieve ondersteuning, geldt dat voor eerste én tweede tijdvak en moet de school in het tweede tijdvak zelf een voorziening treffen. Overigens geldt het recht op audio dan ook voor het schoolexamen; ook daar moet de school dan een met de gesproken tekst gelijkwaardige voorziening hebben getroffen. Daisy en pdf worden (indien besteld) geleverd voor alle examens met papier, ook voor de examens kunst (beeldende vormgeving/dans/drama/muziek/algemeen) in Autoplay. De pdf of Daisy betreft dan uitsluitend het papieren deel (dat bij deze examens het meeste leeswerk bevat). 

  • Sinds het centraal examen 2007 worden de examens geleverd in een grotere letter (punt 11) en voor havo en vwo in een ander lettertype dan voorheen. Waar voorheen dyslectische kandidaten grootschrift nodig hadden, is dat door de grotere letter en het andere lettertype voor een deel van de kandidaten niet meer nodig. Scholen wordt dringend aangeraden, met de kandidaten aan de hand van een centraal examen (vanaf 2007) na te gaan of vergroting nodig is, en alleen zelf te vergroten indien nodig. Als les- en toetsmateriaal voorafgaand aan het centraal examen in letterpunt 11 was, is er geen reden om tot vergroting over te gaan. Als de dyslectische kandidaat zijn examen maakt aan de computer, kan hem ook in plaats van een papieren vergroting de digitale pdf worden aangeboden. Daarbij kan hij steeds op maat en naar wens vergroten. 

  • Bij vergroting kan het zijn dat de maatvoering van een tekening niet meer klopt. Ook zijn soms essentiële grijsnuances in de vergrote kopie niet zichtbaar. De algemene regel is dan ook: de kandidaat met een leesbeperking gebruikt het vergrote werk voor het lezen, en gebruikt voor afbeeldingen en tekeningen een origineel examen. Incidenteel blijkt ook informatie uit tabellen e.d. weg te vallen. Dat laatste kan worden voorkomen door de pdf niet rechtstreeks vergroot af te drukken maar eerst 1 op 1, en daarna op de kopieermachine te vergroten. Ook daarom moet het grootschrift als leeshulp bij tekstmateriaal worden gebruikt, en het origineel voor alle tabel- en grafiekwerk. 

  • Bij beperkingen mag de school aanpassingen treffen in de vorm waarin het examen wordt aangeboden. Een voorbeeld daarvan is audio of grootschrift. De exameneisen zelf echter gelden onverkort. Dat geldt ook voor de spellingseisen bij Nederlands, en bij Engels GL/TL. De school mag de kandidaat echter wel hulpmiddelen aanreiken. Een vaak functioneel hulpmiddel is de computer als schrijfgerei. De spellingscontrole (Nederlands of Engels) mag door de kandidaat worden gebruikt. Als de kandidaat een zeer ernstige leesbeperking heeft die het toetsenbord van de computer onbruikbaar maakt, kan de school contact opnemen met de inspectie. 

I.3.3 Nadere informatie over aangepaste examens voor kandidaten met een beperking

Speciale maatregelen ten behoeve van kandidaten met een beperking moeten worden aangemeld bij de Inspectie van het Onderwijs (artikel 55 Eindexamenbesluit).

De volgende documenten zijn beschikbaar in de digitale versie van de Septembermededeling eindexamens 2012 op Examenblad.nl (www.examenblad.nl):

 

Examenblad

In het Examenblad is voor 2012 de volgende mededeling opgenomen:

7.1 Dyscalculie

Vrijstelling voor wiskunde of (bijvoorbeeld) economie op basis van dyscalculie is volgens de wettelijke regelingen niet mogelijk. Ook extra hulpmiddelen zoals een formulekaart zijn niet toegestaan (TB: zie echter het stuk Aangepaste examens bij dyscalculie verderop in dit stuk!). Wel is het op alle schooltypen behalve vwo mogelijk om een vakkenpakket zonder wiskunde te kiezen.

7.2 Dyslexie en hulpmiddelen

Voor kandidaten met dyslexie kan de directeur op grond van het deskundigenrapport de wijze van examinering aanpassen. Hij kan de examentijd verlengen met een half uur, de teksten al of niet langs elektronische weg laten voorlezen of het lettertype vergroten. Combinaties van deze maatregelen zijn mogelijk en vaak voor de hand liggend.

Sommige aanpassingen worden door DUO op bestelling aan de scholen geleverd. Voor dyslectische kandidaten kan in het eerste tijdvak een Daisy-CD-ROM met ingesproken tekst worden geleverd, of een tekstbestand dat bruikbaar is voor spraaksynthese (computerspraak). In het tweede tijdvak wordt geen Daisy geleverd. Daarmee is echter het recht van de kandidaat op audio niet vervallen. De context van het tweede tijdvak maakt het de school beter dan in het eerste tijdvak mogelijk, om de audio in dit geval te leveren via een individuele voorleeshulp.

Alle exameneisen gelden overigens onverkort, dat geldt met name voor de beoordeling van spelling in het schoolexamen en (bij Nederlands alle schooltypen en Engels GL/TL) in het centraal examen

7.2a Dyslexie en tweede fase

In het Eindexamenbesluit zijn voor het vwo in de vernieuwde tweede fase enkele zaken geregeld ten behoeve van de kandidaten voor wie door een leesbeperking de volledige tweede moderne vreemde taal een te zware belasting heeft (zie Eindexamenbesluit artikel 11, lid 5 en 6 ) .

 

Regeling toegestane hulpmiddelen


In de bijlagen van de Regeling Toegestane Hulpmiddelen 2012 (kenmerk: CvE-10.0775
datum: 22 juni 2010, gepubliceerd: Staatscourant 2010, nr. 10999, donderdag 15 juli) zijn onderstaande bepalingen opgenomen over aanpassingen voor kandidaten met een beperking:

4.2. computer
Bij alle schriftelijke examens is de computer toegestaan als schrijfgerei. De school kan dat toestaan voor alle kandidaten, kan het ook toestaan voor speciale groepen kandidaten bijvoorbeeld de dyslectische kandidaten. Als de computer als schrijfgerei wordt gebruikt, is het van belang dat kandidaten geen toegang hebben tot verboden hulpmiddelen (zoals een digitale atlas of een digitaal woordenboek), en moet ook o.m. de opslag (bijvoorbeeld uitprinten) worden geregeld. Op www.cve.nl > documentatie > brochures, staan aanwijzingen voor scholen die de computer als schrijfgerei willen inzetten.

Bij gebruik van de computer als schrijfgerei hoeft de spellingscontrole niet te worden uitgeschakeld.

De computer kan tenslotte worden gebruikt als hulpmiddel voor kandidaten met een beperking; bijvoorbeeld voor audio (Daisy of spraaksynthese), of voor vergroting "op maat" van de pdf van het examen op het beeldscherm. Ook dan mag de kandidaat geen toegang hebben tot verboden hulpmiddelen.

Bij elke inzet van de computer geldt tevens onverkort de lijst van toegestane hulpmiddelen. Met andere woorden: ook naast een computerexamen of voor een kandidaat die schrijft op de computer, is o.m. een ( papieren ) woordenboek toegestaan. Uit een kleine praktijkproef is gebleken dat deze op het eerste gezicht wellicht anachronistische oplossing goed uitvoerbaar is.

4.3 aanpassingen voor kandidaten met een beperking
Dit overzicht regelt niet de toegestane hulpmiddelen voor kandidaten met een beperking. Daarover beslist de directeur aan de hand van het deskundigenrapport omtrent de beperking van de kandidaat. Als bijvoorbeeld de kandidaat recht heeft op audio, dan is een hulpmiddel dat voor de audio zorgt (daisyspeler, computer of leespen) een toegestaan hulpmiddel; waarbij niet-toegestane hulpmiddelen zoals een digitaal woordenboek ontoegankelijk moeten zijn gemaakt. Het is mogelijk dat er spanning is tussen de toegestane hulpmiddelen en wat voor de kandidaat op grond van zijn beperking gewenst is. In dat geval verstaat de directeur zich met de inspectie.

 

Praktische uitwerking

De school doet er verstandig aan volgens dit stappenplan te werken:
1. leerling, ouder, docent of begeleider vragen bij de directeur toestemming voor verlenging van tijd en het gebruik van een hulpmiddel tijdens het centraal examen.
2. dit verzoek gaat vergezeld van een deskundigenverklaring, waarin ook is uitgelegd dat het hulpmiddel aansluit bij de begeleidingsadviezen.
3. de directeur maakt bij de inspectie melding van een verleende toestemming.

De school dient ook een aantal andere zaken goed te regelen zoals:
1. Het aanvragen in oktober/november van digitale examens bij www.OCWduo.nl.  De examens worden aangeleverd als pdf-bestand, op CD.
2. Zorgen voor installatie van de tekst-naar-spraaksoftware op de computers/laptops. Woordenboeken moeten vergrendeld zijn.
3. Wij adviseren scholen om docenten en leerlingen te laten oefenen met examens van vorig jaar, zodat ze weten hoe te handelen.

Afspraken maken

Om alles goed te laten verlopen is het noodzakelijk een aantal afspraken schriftelijk vast te leggen. Welke leerling doet examen met een hulpmiddel en bij welke vakken precies? Betreft het uitsluitend voorlezen van teksten of ook het voorlezen en invullen van werkopdrachten op de computer? Hoe en waar opslaan of afdrukken? Welke computer en welke printer kunnen hiervoor worden gebruikt?

Op de dag van het examen worden de digitale documenten op de computer van de leerling beschikbaar gemaakt. Er moet toestemming zijn om de materialen eerder te openen. Deze documenten geven heldere aanwijzingen:
1. Geheimhoudingsprotocol (Schoolmanagers VO)
2. Voorbeeld logboek

 

Aangepaste eindexamens bij dyscalculie

Uit een brief van de onderwijsinspectie van februari 2009 blijkt dat dyscalculie is erkend als handicap. Dit betekent dat leerlingen met dyscalculie nu ook de mogelijkheid hebben om aangepast examen te doen. De brief vindt u op www.rekencentrale.nl.

Ondanks dit, staat in het Examenblad 2012 nog steeds dat leerlingen met dyscalculie geen recht hebben op het gebruik van formulekaarten etc. De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft hierover in het voorjaar van 2011 een uitspraak gedaan en een advies gegeven (zie o.a. Balans Magazine, aug/sept 2011). De uitspraak betrof een middelbare scholier, die formulekaarten mocht gebruiken bij haar examens. Het advies betrof een basisscholier, die ook tijdens LVS-toetsen en de Cito Entreetoets een tafelkaart en andere hulpmiddelen mocht gebruiken.

Prof Hans van Luit geeft in een reactie in Balans Belang (aug/sept 2011) aan wat de implicaties zijn van deze uitspraak (klik hier voor de pdf).

 

Wet Gelijke Behandeling in geval van Handicap en Chronische Ziekte

De Wet Gelijke Behandeling in geval van Handicap en Chronische Ziekte (WGBH/Cz) is sinds augustus 2009 ook van toepassing op het basis- en voortgezet onderwijs. Zij geeft aan dat:

Artikel 2
Het verbod van onderscheid houdt mede in dat degene, tot wie dit verbod zich richt, gehouden is naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij deze voor hem een onevenredige belasting vormen.

Artikel 3

1. Het verbod van onderscheid geldt niet indien:
a. het onderscheid noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid;
b. het onderscheid een regeling, norm of praktijk betreft die tot doel heeft specifieke voorzieningen en faciliteiten te creëren of in stand te houden ten behoeve van personen met een handicap of chronische ziekte;
c. het onderscheid een specifieke maatregel betreft die tot doel heeft personen met een handicap of chronische ziekte een bevoorrechte positie toe te kennen ten einde feitelijke nadelen verband houdende met de gronden handicap of chronische ziekte op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot dat doel.

2. Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

 Indien nodig kunnen problemen voorgelegd worden aan de Commissie Gelijke Behandeling:

Artikel 12
De Commissie gelijke behandeling, genoemd in artikel 11 van de Algemene wet gelijke behandeling, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet en of gehandeld is in strijd met artikel 2 van deze wet. De artikelen 12, 13, 14, 15, 20, tweede lid, en 33 van de Algemene wet gelijke behandeling zijn van overeenkomstige toepassing.