hulpmiddelen

Een samenvatting in powerpoint vorm (printbaar)

klik hier

 

 

Hulpmiddelen gebruiken

Tom Braams

 

deze tekst is ontleend aan "Kinderen met dyslexie" (editie 2009)

Copyright (c) 2009 Uitgeverij Boom en Tom Braams

Gelukkig leven we in een tijd waarin er voor mensen met dyslexie hulpmiddelen te kust en te keur zijn. In deze paragraaf worden de belangrijkste besproken. Eerst wordt de vraag besproken wanneer je lees- en schrijfhulpmiddelen gaat inzetten. Zowel ouders als leerkrachten kunnen hier huiverig voor zijn als een kind nog leesonderwijs of leesbehandeling krijgt. Maak je een kind niet ‘lui’ door hem hulpmiddelen te geven? Remt het de lees- en spellingontwikkeling niet, net zoals het gebruik van een rekenmachine er toe leidt dat veel kinderen niet meer kunnen rekenen?

Hulpmiddelen voor het lezen en spellen zijn buitengewoon belangrijk. Er is geen enkele reden om te vermoeden dat kinderen die leeshulpmiddelen gebruiken minder goed vooruitgaan met lezen als kinderen die het helemaal op eigen kracht moeten doen. Het tegendeel is het geval! Kinderen die flink achter zijn met lezen, lezen in het algemeen heel weinig. Een kind in groep zes leest gemiddeld wel 5000 woorden per week, een dyslectisch kind dat geen hulp krijgt maar enkele honderden. Dat is minder dan een tiende van de leeftijdsgenootjes! En dat terwijl dat dyslectische kind eigenlijk véél meer dan die 5000 woorden zou moeten lezen: als een leerproces (van wat dan ook) erg veel moeite kost, moet je véél oefenen, méér dan anderen! Het gebruik van leeshulpmiddelen zoals een daisyspeler of tekst-naar-spraaksoftware leidt er juist toe dat kinderen veel méér lezen. Ze moeten, om de tekst goed te begrijpen, zelf ook meelezen. Ze hoeven niet langer te raden naar wat er staat, het voorlezen geeft het goede woord. Ze gaan door het gebruik van hulpmiddelen dus éxtra vooruit en begrijpen de voorgelezen tekst sneller! Het gebruik van een hulpmiddel maakt de leerling zelfstandiger; minder afhankelijk van zijn omgeving.

Er is nóg een reden waarom hulpmiddelen al snel (bijvoorbeeld in groep vier of vijf) moeten worden ingezet. En dat is dat dyslectische kinderen anders ook met vakken waarbij ze moeten lezen (zoals rekenen en wereldoriëntatie) niet goed mee kunnen doen en achterop kunnen raken. Daardoor wordt het onderwijsprobleem dus nog veel ernstiger en wordt het kind onnodig gekweld. Dat is simpelweg niet nodig. Ik beschouw het niet inzetten van hulpmiddelen op school als een dyslectisch kind daar zich beter mee kan redden als een foute beslissing met ernstige pedagogische en onderwijskundige gevolgen.

De volgende vraag is dan natuurlijk: wanneer zijn hulpmiddelen niet meer nodig? Ook daarop kan het antwoord eenvoudig zijn: dat bepaalt de gebruiker. Als een hulpmiddel geen toegevoegde waarde meer heeft (als het nèt zo goed gaat zonder), dan zul je het hulpmiddel niet meer gebruiken. Die bril zet je toch af als die niets toevoegt? En dat pilletje slik je toch liever niet? Zo is dat met hulpmiddelen ook: ze vragen toch om extra inspanning, extra handelingen, meer gedoe. Aan de andere kant zijn er ook hulpmiddelen die iedereen gebruikt: hulpmiddelen die voor iedereen een toegevoegde waarde hebben. De spellingcontrole in Word is zo’n voorbeeld. Die zet je niet uit, elke fout die gesignaleerd wordt is meegenomen. Zo is dat voor volwassen dyslecten ook: zij kunnen vaak nog goed gebruik maken van dyslexiehulpmiddelen omdat deze het lezen vergemakkelijken en ze met minder moeite hun werk kunnen doen.

In principe kunnen hulpmiddelen (in Nederland) ook worden gebruikt bij toetsen en examens (zie www.steunpuntdyslexie.nl voor recente informatie). Een voorwaarde is dat een leerling een dyslexieverklaring heeft die is afgegeven door een bevoegde psycholoog of orthopedagoog die de leerling op dyslexie heeft onderzocht (zie §3.3). Verder moet de directeur van de school bij examens op het voortgezet onderwijs toestemming geven voor gebruik van hulpmiddelen bij examens. In de dyslexieverklaring kan worden opgenomen welke hulpmiddelen door de onderzoeker noodzakelijk worden gevonden om goed onderwijs te kunnen volgen. Voor belangrijke toetsen (o.a. CITO Eindtoets, eindexamens) hebben scholen digitale versies beschikbaar die speciaal voor dyslectische leerlingen zijn ontwikkeld. Het is ouders aan te raden zich tijdig over de mogelijkheden te laten informeren. Voor leerlingen is het belangrijk dat ze hebben kunnen oefenen met de hulpmiddelen die ze tijdens een toets of tentamen mogen gebruiken.

In de volgende paragrafen worden de belangrijkste hulpmiddelen besproken. Ook hier is het nuttig recente informatie te zoeken (zie bijlage B en C). Het is zeer aan te raden om kinderen eerst een hulpmiddel te laten uitproberen voor tot aanschaf over te gaan. De behoeften van dyslectische kinderen kunnen erg verschillen, afhankelijk van hun lees- en schrijfvaardigheden. Ook verschillen kinderen sterk in hun beoordeling van het gebruiksgemak: wat de ene plezierig vindt in gebruik vindt de andere onhandig. Voor bijna alle hulpmiddelen geldt dat er moet worden geoefend om ze goed te leren gebruiken.

Oefensoftware voor lezen, spellen en rekenen

Kinderen met leerproblemen hebben meestal weinig zin om te oefenen met lezen en spellen. Ze oefenen daardoor te weinig. En dat terwijl ze méér oefening nodig hebben dan kinderen die wel vlot leren lezen en spellen om tot een redelijk niveau te komen. Als je wilt dat een kind met dyslexie meer oefent, moet je het oefenen leuk maken. Met Woordenhaai, het meest gebruikte oefenprogramma voor kinderen met lees- en spellingproblemen, kunnen kinderen de hele basisschoolstof oefenen door meer dan veertig verschillende spelletjes te spelen. Veel remedial teachers en scholen maken gebruik van Woordenhaai. Als kinderen thuis oefenen, kan de docent gericht aangeven welke woordenlijsten goed aansluiten bij wat het kind leert.

Met Cijferhaai kunnen kinderen oefenen met getalbegrip en rekenvaardigheden. Veertig spelletjes geven mogelijkheden om met allerlei vaardigheden te oefenen die van belang zijn voor het leren rekenen: ordenen, groeperen, conservatiebegrip, plaatswaarde, rekenbegrippen, relaties tussen bewerkingen, probleem oplossen, rekenterminologie, hoofdrekenen, redactiesommen en nog veel meer. De variëteit aan spelletjes geeft kinderen veel oefengelegenheid en bevordert het rekenbegrip. Cijferhaai is geschikt voor kinderen van zes tot minimaal veertien jaar, speciaal voor kinderen met ernstige rekenproblemen (dyscalculie) en voor kinderen die moeite hebben met het automatiseren van rekenkennis of moeten oefenen met bepaalde typen rekensommen.

Geheugensteuntjes zijn ook een probaat middel om in de klas beter te kunnen meedoen met spellen of rekenen. Een tafelkaart, een klein kaartje waar de tafels tot tien of twaalf volledig op staan, maakt het kinderen die de tafels niet uit hun hoofd geleerd krijgen makkelijker om moeilijke sommen te maken: ze kunnen dan even ‘spieken’ op hun kaart. Zo wordt voorkomen dat kinderen door een gebrek aan automatisering van basiskennis zich niet verder kunnen ontwikkelen met schrijven en rekenen. Braams&Partners heeft zowel voor het spellen als voor het rekenen een opzoekboekje gemaakt (zie www.opzoekboekje.nl). 

Tekst-naar-spraaksoftware

Met tekst-naar-spraaksoftware wordt de tekst op het computerscherm hardop uitgesproken. Dit kan tegenwoordig met goede Real Speak computerstemmen, deze benaderen de kwaliteit van de menselijke stem. Er is overigens wel verschil in de kwaliteit van computerstemmen in de diverse software programma’s. Het is aan te bevelen mee te lezen op het scherm, dit bevordert het tekstbegrip en heeft een gunstig effect op de woordherkenning. Bij een goed programma kun je de leessnelheid instellen. Sommige programma’s arceren met een kleurtje het voorgelezen woord: je ziet de het gekleurde blokje dan door de tekst heengaan. Afhankelijk van het softwareprogramma kunnen ook vreemde talen worden uitgesproken of zijn woordenboeken die kunnen worden voorgelezen, standaard ingebouwd.

Tekst-naar-spraaksoftware kan overweg met internetbestanden, pdf’s  en Word bestanden. Dat laatste is ideaal: je kunt je dus ook je zelf geschreven tekst laten voorlezen. Let op of het programma wel goed met PDF werkt, want dat bestandstype wordt steeds meer gebruikt door officiële instanties. Ook gedrukte of geprinte tekst kan worden voorgelezen. Deze teksten moeten echter eerst digitaal gemaakt worden door ze in te scannen of te fotograferen. De scan of foto moet met OCR software (die in een ingescand plaatje de letters herkent) omgezet worden in tekst. Het scannen van lange teksten is een enorme klus en gaat niet met elk programma even goed. Voor veel studieboeken is dit niet nodig: deze zijn reeds in gesproken vorm of als digitale bestanden (bij Dedicon) beschikbaar. Naast het voorlezen is hulp bij het schrijven en studeren ook mogelijk met de meer geavanceerde tekst-naar-spraakprogramma’s.

Steeds meer websites hebben zelf voorleesmogelijkheden: gebruikers kunnen op een voorleesicoontje klikken en zich de met de muis geselecteerde tekst laten voorlezen. Hierdoor wordt de informatie voor veel meer mensen toegankelijk. Dat is geen luxe als twintig procent van de Nederlandse volwassenen analfabeet of laag-geletterd is!

                 

Goede programma’s zijn o.a. Easy Tutor, Sprint Plus en Kurzweil 3000.

 

Gesproken studieboeken

In het verleden was het voor dyslectische leerlingen alleen mogelijk om aan gesproken studieboeken te komen door mee te liften op de dienstverlening voor blinden en slechtzienden. Dat is gelukkig verleden tijd. Bij Dedicon (zie bijlage B) is studielectuur voor dyslecten te huur in vele aangepaste vormen. De collectie gesproken daisy schoolboeken bevat ruim 80% van de populaire methoden voor basis- en voortgezet onderwijs. Daarnaast heeft Dedicon een uitgebreide collectie digitale bestanden van schoolboeken die geschikt is voor speciale dyslexie-software. De digitale bestanden zijn met spraaksoftware te beluisteren (dan krijg je dus een computerstem te horen) of ze zijn met vergrote letters op het scherm te lezen.

De daisystructuur in zowel de digitale teksten als in de met menselijke stem voorgelezen boeken, maakt het mogelijk om bijvoorbeeld snel naar een hoofdstuk te springen of een pagina op te zoeken. Alle gesproken boeken van Dedicon hebben zo’n daisystructuur. Bij het afluisteren ervan op de daisyspeler kunnen leerlingen zelf instellen hoe snel die tekst afgespeeld wordt. Daisy cd’s en daisyspelers kennen nog meer voordelen en gebruikersgemak. Daarin onderscheiden ze zich van de ‘gewone’ commerciële luisterboeken die in de winkel te koop zijn.

Daisybestanden zijn audiobestanden, die met een menselijke stem zijn opgenomen in een studio. Op een daisy CD staat dus geen tekst.  In een daisybestand is het mogelijk te navigeren, bijv. op bladzij of regel. Ook kan de voorleessnelheid worden aangepast, wanneer voor het afspelen gebruik gemaakt wordt van een daisyspeler. De nieuwste generatie voorleesapparaten kan ook tekstbestanden voorlezen met de ingebouwde tekst-naar-spraak software en die in het meeleesschermpje tonen.

Gesproken leesboeken

Voor studieboeken kunnen leerlingen en scholen terecht bij Dedicon, maar voor de romans (leesboeken voor de lijst bijvoorbeeld) , of voor gesproken kranten en tijdschriften kunnen zij contact opnemen met het Loket aangepast-lezen (zie bijlage B). Ook de gesproken lectuur die via het Loket aangepast-lezen besteld wordt, heeft een daisystructuur.

Daisyboeken zijn overigens tegenwoordig ook de te leen via de openbare bibliotheek. De collectie daisyboeken is daar doorgaans nog bescheiden en vaak zullen bibliotheken op hun beurt weer doorverwijzen naar het Loket aangepast-lezen of naar Dedicon.

Luisterboeken

Naast gesproken boeken bestaan er ook echte luisterboeken: cd’s waarop boeken voor kinderen worden voorgelezen door professionele voorlezers. Ze zijn niet alleen voor mensen met een leesprobleem bedoeld, maar voor iedereen die het lekker vindt om voorgelezen te worden; in bed, in de auto, bij het sporten of waar dan ook.  Middelbare scholieren met dyslexie gebruiken deze voorgelezen boeken vaak als het lezen van literatuur voor de talen te veel gevraagd is. Luisterboeken zijn als normale cd’s te leen bij de openbare bibliotheken en te koop bij de boekhandel. Engelstalige literatuur is soms zelfs te downloaden van het Internet.

Tekstverwerken

Uiteraard gebruikt iedereen bij het tekstverwerken de spellingcontrole.  Het spreekt vanzelf dat dyslecten hier tijdens toetsen en tentamens die ze op de computer mogen doen van gebruik mogen maken.

Tekst-naar-spraakprogramma’s hebben de mogelijkheid om binnen Word of in een eigen tekstverwerkingsprogramma de zelf geschreven tekst voor te lezen. Veel studenten en volwassenen met dyslexie hebben moeite met schriftelijk formuleren: ze laten veel fouten zitten in zinsconstructies. Bij het overlezen van de tekst herkennen ze hun fouten niet. Als ze echter hun eigen tekst laten voorlezen, horen ze wel dat een zin niet klopt. Er kan dan worden verbeterd. Dit leidt tot aanzienlijk betere teksten!

Een ander bijzonder nuttig hulpmiddel is woordvoorspelling (tekstpredictie). Als je de eerste letters van een woord typt, geeft zo’n programma je een lijstje van woorden die met de betreffende letters beginnen. Goede woordvoorspellers zijn behoorlijk slim: ze zijn in staat om je woorden voor te stellen die echt in de tekst/zin passen. Onderzoek naar het gebruik van tekstpredictiesoftware liet zien dat dyslectische kinderen hier bijzonder goed gebruik van maakten: hun teksten maakten een veel betere indruk omdat ze moeilijke woorden die ze niet konden spellen niet meer vermeden. De teksten waren opeens geen ‘Jip-en-Janneketaal´ meer! In de uitgebreidere tekst-naar-spraakprogramma´s zit vaak een tekstpredictiefunctie.

Spraakherkenning

Bij spraakherkenning spreek je via een microfoon tegen de computer. De tekst wordt vervolgens op het scherm in het tekstverwerkingsprogramma geplaatst. Het omzetten van spraakklanken naar tekst is een lastig proces, niet alle stemmen worden goed herkend en er moet goed worden gearticuleerd. Voor jonge kinderen is spraakherkenning soms niet geschikt. De herkenning is vooral als je met spraakherkenning begint nog niet perfect, maar naar mate je meer hebt ingesproken, wordt je stem beter herkend. Spraakherkenningssoftware vraagt om een snelle computer.

Spraakherkenning is vooral geschikt voor mensen die slecht kunnen typen en voor dyslecten die zo veel moeite met spelling hebben dat ze onvoldoende steun hebben aan tekstpredictiesoftware en spellingcontrole. Voor spraakherkenningssoftware geldt nog meer dan voor andere software: eerst proberen voor de aankoop. Veel oefenen is noodzakelijk! Goede spraakherkenningssoftware is Dragon Natural Speaking.

Overhoorprogramma’s

Met een overhoorprogramma kun je woordjes voor vreemde talen en andere feitjes uit je hoofd leren. Via het internet is er goede gratis software beschikbaar (bijv. Overhoor, Teach2000 en Wrts). Prettig bij deze programma’s is dat ook de uitspraak kan worden aangeleerd. Vaak is de oefenstof van veelgebruikte schoolboeken voor de vreemde talen beschikbaar. Let op: deze oefenstof is vaak door gebruikers zelf gemaakt en op het Internet geplaatst en moet wel gecontroleerd worden op spellingfouten! Het trainen van woordjes met deze software gaat veel makkelijker dan uit het boek. Het is erg nuttig dat de woordjes ook steeds geschreven moeten worden, daardoor wordt de spelling goed geoefend. De woorden die de leerling nog niet kent, worden steeds weer herhaald. Er wordt bijgehouden hoeveel woorden al worden beheerst. Daardoor kan de leerling goed inschatten wanneer hij voldoende heeft geleerd. Dyslectische leerlingen zullen nooit pas de dag van tevoren moeten beginnen met het leren van stampwerk, maar de stof een aantal dagen moeten oefenen!

De overhoorprogramma’s bieden ook de mogelijkheid om zelf woordjes in te voeren. Omdat de structuur van de programma’s er een is van een vraag (bijv. het Nederlandse woord) en een antwoord (het Engelse woord) kun je er ook ander stampwerk mee oefenen, zoals landen met hoofdsteden, formules, moeilijke woorden met een synoniem, Nederlandse namen en de Latijnse term erbij.

Andere hulpmiddelen

Allerlei andere elektronische hulpmiddelen en computerprogramma’s kunnen erg nuttig zijn voor tieners en volwassenen met dyslexie. Bijvoorbeeld:

  • Nederlandse woordenboeken en woordenboeken voor vreemde talen zijn in ruime mate als software beschikbaar, van gratis en eenvoudig tot zeer uitgebreid en niet al te duur. Voor dyslecten is het erg handig dat je woorden niet meer alfabetisch hoeft te zoeken: ook het alfabet is vaak geen geautomatiseerde kennis. Nog makkelijker is het als je vanuit je tekstverwerker of vanuit je Internetbrowser met een toetscombinatie een woordenboek kunt oproepen om een moeilijk woord te laten verklaren of vertalen. Er is binnen tekstverwerkingssoftware vaak ook een synoniemenfunctie beschikbaar. Er zijn ook een softwareprogramma’s met ingebouwde woordenboeken: met een muisklik kunnen dan woorden worden opgezocht en de tekst van het woordenboek kan worden voorgelezen.  Er zijn hierin woordenboeken beschikbaar voor alle moderne vreemde talen.

  • Mobiele telefoons en MP3 spelers kunnen allerlei nuttige functies hebben, zoals het opnemen van een gesprek om het later na te kunnen luisteren, het afspelen van een mp3 bestand (bijv. van een luisterboek), zelf dicteren van een brief die je later wilt opschrijven. Met geavanceerde mobiele telefoons kun je afspraken plannen, agenda beheren, snel iets opzoeken op het internet, een tekst fotograferen die je als plaatje op je computer kunt zetten en vervolgens met OCR software in tekst kunt laten omzetten. Het is ook mogelijk met mobiele telefoons, voorzien van tekst-naar-spraaksoftware, direct de tekst die je fotografeert te laten voorlezen

  • Dictafoons kunnen erg handig zijn om een les of college op te nemen als iemand moeite heeft om tegelijkertijd de les te volgen en aantekeningen te maken. Dictafoons zijn niet duur en kunnen vaak meerdere uren spraak opnemen.

  • Mindmapsoftware is bedoeld om in de voorbereiding van het maken van een schrijfopdracht of een presentatie informatie te structureren. Je maakt hiermee een soort spinnenwebachtige diagram (een ‘mindmap’), waarin je al je ideeën, kennis en verzamelde informatie kunt opnemen. In het spindiagram kun je vervolgens alle gegevens ordenen. Ook bij het samenvatten van een hoofdstuk uit een boek kan een mindmap worden geordend: je schrijft dan geen hele zinnen uit maar maakt een mindmap met alle steekwoorden, tekeningen, plaatjes etc. die handig zijn om de belangrijke informatie uit de tekst te kunnen begrijpen en onthouden. Mindmapsoftware is er in soorten en maten, en kan al heel goed door kinderen in de bovenbouw van de basisschool gebruikt worden. Een goed programma in Sparkspace.